Woonde Hermes Trismegistus, herboren als Valentin Tomberg en de Maitreya Bodhisattva van 1939 tot 1944 in Magisch Centrum Amsterdam?

 

Beschouwing n.a.v. een bespreking “Deze eeuwenoude en verketterde filosofie laat je radicaal anders naar de (westerse) wereld kijken” van Bregje Hofstede in “De Correspondent” van 13 juni 2024 van een boek van hoogleraar Wouter Hanegraaff over de “mythische” wijsgeer Hermes Tresmegistus. De bijlage is betiteld “Valentin Tomberg over de Amsterdamse Maria-verschijningen”. Deze brochure is te koop voor € 5 bij de uitgeverij en online te vinden op de onder aangegeven Willehalm Instituut blog.


© Robert Jan Kelder, 3de verbeterde editie 2024
Uitgeverij Willehalm Instituut
Kerkstraat 386a, 1017 JB Amsterdam
Info: Willehalm@gmail.com; http://WillehalmInstituut.blogspot.nl
Banknummer: R.J. Kelder Uitg. Willehalm NL 28 ABNA 071 1819 37



Dat de in 1900 in Sint-Petersburg geboren en in 1973 te Majorca gestorven Valentin Tomberg tussen 1938 en 1944 in ons land heeft gewoond en gewerkt, eerst een jaar in Rotterdam en daarna vier jaar op de Berkelstraat in de Rivierenbuurt van Amsterdam is bekend.  Vrijwel onbekend echter is dat hij nota bene zichzelf als de reïncarnatie beschouwde van de legendarische stichter van de oud-Egyptische beschaving, Hermes Trismegistus.  Dit onthulde hij, volgens een Duitse programmatoelichting van het team van Achamoth Verlag, de Duitse uitgeverij van zijn antroposofisch werken, ter gelegenheid van de presentatie van de vertaling door Uitgeverij Nearchus op 1 juli 2016 in Soesterberg van het eerste deel van zijn opus magnum “Meditaties op de Grote Arcana van de Tarot, Hermetisme en Christendom – een verkenningstocht”, een boek waarvan de vertaler in het Engels van de oorspronkelijke in 1972 verschenen Franse versie Robert Powell in zijn boek “The Wandering Fool” scheef (in mijn vertaling): “Dit boek was voorbestemd om een spirituele klassieker van de twintigste eeuw te worden. De eminente geleerde Antoine Faivre noemde het ‘het mooiste en meest leerzame boek van de twintigste eeuw over de westerse esoterie’. Pater Bede Griffiths zei ‘voor mij is het het laatste woord in wijsheid’. Trappistenabt Basil Pennington schreef ‘het is zo'n rijke verzameling wijsheid uit zo'n duizelingwekkend aantal verschillende bronnen dat het de geest bijna doet duizelen.’”     

Gericht aan: "Eerbare vrienden en geïnteresseerden in het antroposofische en hermetische werk van Rudolf Steiner en Valentin Tomberg” de toelichting van het Achamoth team luidde als volgt: “Zoals u weet, is het levenswerk van Rudolf Steiner, de antroposofie, een 'wederopstanding van de Egyptische Mysteriën, zoals Rudolf Steiner zelf herhaaldelijk heeft gezegd.  Wie was nu de grondlegger van deze Egyptische Mysteriën? Het was Hermes, die het astraallichaam van de grote Zarathoestra erfde en sindsdien dit astraallichaam bij zich draagt, of met andere woorden, er de voogdij over heeft gekregen. Deze individualiteit werd bijna elke eeuw geïncarneerd, want hij is de toekomstige Bodhisattva Maitreya, die op een dag 'het Goede' zal brengen. - Deze individualiteit leefde ook in Valentin Tomberg, van wie bekend is dat hij, toen men hem dringend verzocht te antwoorden op de vraag of HIJ de Bodhisattva was, zei: ‘Vraag me liever wie ik was in de Egyptische tijd!’ Toen de vraagsteller tot driemaal toe aandrong op de vraag naar de identiteit van de Bodhisattva, zei Tomberg kalm: ‘Hermes, ik was Hermes ten tijde van de Egyptische cultuurperiode” Niemand zal immers rechtstreeks van zichzelf zeggen dat HIJ de Bodhisattva is.’”

Deze programmatoelichting valt ook te lezen in mijn inleiding “Wie was Valenting Tomberg?” op mijn online vertaling van zijn essay "Christus als Rechter – De mens als religie van de Goden" uit zijn door Achamoth Verlag uitgegeven boek "Aufbruch zur VI. Kulturepoche" (“Opmaat naar de 6de cultuurperiode”). Met deze verzameling van 7 essays uit de twintiger, dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw kwalificeert zich de schrijver als een grote christelijk ingewijde, occultist en witte magiër, en bevestigt hij, alhoewel weer indirect, zijn incarnatie als Hermes, die bij de Grieken bekend stond als de boodschapper van de Goden. Want zoals elke aandachtige, met de oudheid enigszins bekende lezer zal kunnen opmerken, blijkt de auteur volkomen thuis te zijn binnen het pantheon van de Goden, verslag uitbrengend aan de mensheid over hun onwankelbare geloof in de mensheid als de komende 10de hiërarchie van vrijheid en liefde, en de mensheid de hand reikend bij het blootleggen en opstaan tegen de krachten van het kwaad in de hoop dat dit dankbaar zal worden aanvaard en uitgevoerd.

In zijn antwoord op wie hij was, ontkent Valentin Tomberg dus eigenlijk niet dat hij de Maitreya Bodhisattva was, maar alleen dat niemand dat direct van zichzelf zou mogen zeggen. Daarom wilde hij ook dat het in 1967 al voltooid Frans manuscript van zijn boek pas na zijn dood onder de naam van “de schrijver van gene zijde van het graf” uitgegeven zou worden, iets wat echter niet gebeurde, want in 1972 werd al een Duitse vertaling onder zijn naam uitgebracht. Door dusdanig zijn persoonlijke gegevens achter wege te willen laten, zou “de onbekende vriend” aan wie de 22 brieven van het boek zijn gericht, zoals hij schrijft in het Vooroord: “aan eenieder die bereid is de brieven te lezen en daarmee, vanuit de zekerheid van de innerlijke ervaring die het meditatieve lezen met zich meebrengt, zal gaan begrijpen wat christelijk hermetisme is en zal merken dat de schrijver in deze brieven meer over zichzelf zegt dan hij op enig andere manier had kunnen doen en zal hij uit deze brieven hem beter leren kennen dan uit welke andere bron ook.”

Als wie geeft zich dan nu de “schrijver van gene zijde” door zijn boek te kennen? Dat is enerzijds als de in de academische wereld meestal mythische, i.e. niet-historisch beschouwde Hermes Trismegistus en wel door de absolute, ja sublieme authenticiteit en zelfverzekerde autonomie waarmee hij het door hemzelf goddelijke geopenbaarde, voorchristelijke hermetisme aan de hand van de eveneens op hem terug te voeren Grote Arcana van de Tarot weet te verchristelijken. Dit stelt uit eigen geesteswetenschappelijk onderzoek ook wijlen Willy Seiss, de uitgever van de Duitse antroposofische werken van Valentin Tomberg in zijn Achamoth Verlag. Als men de opvatting kan delen die hij weergeeft in zijn essay „Wer war Valentin Tomberg?” in het gelijknamige, door hem uitgegeven boek, dat de rituelen van de Katholieke Kerk terug gaan op die van de door Hermes Tresmegistus geïnaugureerde mysteriën van oud-Egypte, dan verbaast het ook niet dat Valentin Tomberg, op voorspraak van Rudolf Steiner met wie hij spiritueel in contact stond,[1] om die reden lid van die Kerk is geworden, zoals te lezen valt in het boek „Valentin Tomberg – Leben, Werk, Wirkung, Band 1.2“ p. 390), om door middel van het christelijke hermetisme haar vastgevroren dogma’s te verlevendigen en te verdiepen, d.w.z.  door deze terug te voeren op hun bron. (Alhoewel dit werk zijn weg tot de hoogste echelon van de Rooms-Katholieke Kerk vond – het is bekend dat Paus Johannes Paulus II een exemplaar op zijn bureau in de Vaticaan had liggen, zoals te ontnemen valt in de bijlage van deze brochure – kan zo’n halve eeuw later, afgelezen aan het restrictieve beleid van de Katholieke Kerk, helaas niet geconcludeerd worden dat die reddingspoging gelukt is.)

Anderzijds blijkt ook, alhoewel indirect en tussen de regels door lezend, uit dit werk dat de schrijver zichzelf identificeert als de drager van de zich in elke eeuw incarnerende Maitreya Bodhisattva, die volgens Rudolf Steiner (bv. in “Buddha and Christ: The Sphere of the Bodhisattvas”) in ongeveer 3000 jaar als de opvolger van de in de 5de eeuw v. Chr. gestorven Gautama Boeddha als de Maitreya Boeddha zal verschijnen, de doener van het Goede door het wondermiddel van de taal.

Dit valt af te leiden uit de 21ste “Brief aan de onbekende brief” over “De Dwaas, het grote arcanum van de Liefde”, want het is daar dat de schrijver van gene zijde beschrijft – al is het dus indirect en oorspronkelijk anoniem – zijn eigen biografie als de in de Antroposofische Vereniging niet erkende, zelfs door de toenmalige voorzitter in Nederland tegengewerkte en tot op de dag van vandaag in die Verenging veelal verguisde Maitreya Bodhisattva. Op hem duidend zei Rudolf Steiner in 1921 dat hij in 1900 was geboren, dat hij de eigenlijke verkondiger van het verschijnen van Christus in het etherische zou zijn en dat, als we zo’n 15 jaar zouden leven, we hem nog zouden meemaken. Na te lezen in voetnoten 2 en 3 van het bericht over het symposium “Valentin Tomberg and The Bodhisattva Of The 20th Century” in Berlijn 2009. Deze zelfidentificatie past naadloos op de biografie van de in 1900 geboren Valentin Tomberg die, voortbordurend op het werk van Rudolf Steiner, in 1933 vanuit Tallinn in Estland zijn “Antroposofische Beschouwingen over het Oude Testament” uitgaf, van 1935 tot 1938 zijn “Antroposofische Beschouwingen over het Nieuwe Testament” en “Geesteswetenschappelijke beschouwingen over de Apocalyps van Johannes” en in 1939 zeven voordrachten voor de Antroposofische Vereniging in Rotterdam hield over “De vier offers van Christus en Zijn Wederkomst in de etherische wereld”.

Deze indirecte zelfidentificatie komt naar voren na de passages over het debacle van de theosofische "Ster van het Oosten" – die in 1912 Krishnamurti als de grote wereldleraar had aangekondigd, maar die dat later zelf ontkende. Deze luiden (in mijn vertaling uit de Engelse online PDF-versie) als volgt: 

"Veel terughoudender en zonder een bepaalde persoonlijk-heid als kandidaat te noemen, voorspelde de oprichter van de Antroposofische Vereniging, Doctor Rudolf Steiner – nog voor de eerste helft van de 20ste eeuw – de verschijning niet van de nieuwe Maitreya of de nieuwe Avatar Kalkin, maar veeleer van de Bodhisattva, d.w.z. de individualiteit die de toekomstige Boeddha zal worden voor wiens activiteit, zoals hij hoopte, de Antropo-sofische Vereniging als werkterrein zou dienen. Nieuwe schok! Dit keer gold de schok niet de fout met betrekking tot de te verwachten persoonlijkheid, noch tot het tijdpunt van het begin van diens activiteit, maar veeleer de overschatting van de Antroposofische Vereniging van de kant van haar oprichter: aldus kwam er niets van terecht.

Hoe dan ook, de idee en verwachting van de aankomst van de nieuwe Boeddha en de nieuwe Avatar leeft tegenwoordig zowel in de westerse wereld alsook in het Morgenland. Er is veel verwarring over dit vooral van de Theosofen uitgaande idee [zoals ook bij wijlen Benjamin Creme], maar er zijn ook geesten die daarin helder zien.  Rudolf Steiner bij voorbeeld zag daarin zeer duidelijk; van al datgene wat men publiekelijk gezegd en geschreven heeft is het meest doeltreffend wat door Rudolf Steiner werd gezegd. Hij was tenminste op het goede spoor. Wanneer we nu hetzelfde spoor volgen – dat aan het hoogtepunt van de versmelting van spiritualiteit en intellectualiteit grenst – komen we tot de volgende opvatting: Daar het om het werk van de versmelting van openbaring en kennis gaat, van spiritualiteit en intellectualiteit, gaat het vooral om de versmelting van het principe van de Avatar met de Boeddha. M.a.w. de door de Hindoes verwachte Kali-Avatar en de door de Boeddhisten verwachte Maitreya-Boeddha zullen zich in een enkele persoonlijkheid manifesteren. Maitreya-Boeddha en Kalki-Avatar zullen op het historische plan één en hetzelfde zijn.

Dat wil zeggen dat de te verwachten Avatar ‘met het reusachtige lichaam en de paardenkop’ en de Boeddha ‘die het Goede zal brengen’, allemaal een en dezelfde persoonlijkheid zullen zijn. En deze persoonlijkheid zal voor de volledige vereniging van het meest verheven humanisme – het principe van de Boeddha’s - en de hoogste openbaring – het principe van de Avatars – dermate veel beteken dat zowel de geestelijke wereld alsook de menselijke wereld en in overeenstemming met hen zal spreken en handelen. Met andere woorden: de Boeddha-Avatar van de toekomst zal niet alleen van het Goede spreken, maar hij zal het Goede uitspreken; hij zal niet alleen de weg van het heil leren, hij zal op deze weg voortschrijden; hij zal niet alleen de diepe betekenis van de openbaring verklaren,  hij zal niet alleen de mensen tot echte getuigen van deze wereld maken, maar zal de mensen zelf tot stralende ervaring van de openbaring doen bereiken, dermate dat niet hij het zal zijn die gezag zal winnen, maar veeleer Degene ‘die het Licht van de wereld is dat alle mensen verlichten die in deze wereld komen’ – Jezus Christus, het vlees geworden Woord die de weg, de waarheid en het leven is. De Missie van de komende Boeddha – Avatar zal dus niet de stichting van een nieuwe religie zijn, maar de mensen tot de directe ervaring van de bron zelf van alle openbaring laten komen die ooit van boven door de mensheid werd ontvangen, evenzo als tot die wezenlijke waarheid die ooit daardoor begrepen werd. Niet naar nieuwigheid zal hij wijzen, maar naar de bewust zekerheid van de eeuwige waarheid.”

Heeft dus de herboren Hermes Trismegistos als de Maitreya Bodhisattva van de 20ste eeuw, komend als vluchteling uit Estland, waar hij secretaris-generaal was van de Antroposofische Vereniging, in 1938 in Rotterdam en daarna van 1939 tot 1944 op de Berkelstraat in de Rivierenbuurt van het magisch centrum Amsterdam gewoond, in onze hoofdstad van een deltaland, die hij als Nieuw-Alexandrië vergeleek met het deltaland en zijn hoofdstad van het oude Egypte, en waar hij de loop van de in de Noordzee uitmondende Rijn vergeleek met de loop van de in de Middellandse zee uitmondende Nijl? Heeft hij gelijk dat in de Lage Landen de oud-Egyptische beschaving in een nieuwe vorm weer zou opbloeien en als taak zou hebben om, juist in deze tijd van groeiende polarisatie, polariteiten te verbinden, b.v. kennis en openbaring, vrijheid en autoriteit, traditie en vooruitgang?[2] Zou dit de achtergrond kunnen zijn om ons tegenover het buitenland, in ieder geval tot voor kort,  als gidsland voor te willen doen, iets wat echter alleen vol te houden is door een hermetisch beleid van “actieve neutraliteit”, d.w.z. door als bemiddelaar op te treden tussen de polariteiten van Oost en West. En passen bovendien zulke instellingen als de “Ambassade van de Vrije Geest” met haar unieke, wereldberoemde “Bibliotheca Philosophica Hermetica” in het “Huis met de Hoofden” aan de Keizersgracht in Amsterdam verbonden met het “Instituut voor Hermetica en esoterische bewegingen” aan de Universiteit niet precies in dit beeld? 

Dit alleen is echter nog niet voldoende om zomaar magisch centrum Amsterdam tot de hermetische hoofdstad van de wereld uit te roepen; daartoe behoort immers naast het filosofische kenniselement de christelijke openbaring. Dit zien we in de Mariaverschijningen die op verschillende plaatsen  tussen 1945 en 1957 jaren in Amsterdam aan de zieners Ida Peerdeman zijn verschenen en die door Valentin Tomberg na een bezoek aan Amsterdam, in tegenstelling tot wat onlangs het Vaticaan heeft afgekondigd,  als volkomen authentiek en dus geloofwaardig zijn beoordeeld, iets wat overigens een opsteker zou kunnen zijn voor Mathé Reijnierse, oprichter van de Stichting Lourdes aan de Amstel, die ter verering van de heilige maagd Maria, de moeder van Jezus, die door Valentin Tomberg in hermetische zin Maria-Sophia wordt genoemd, in het braakliggend terrein bij de RAI een megakerk als bedevaartsoord willen bouwen in plaats van het mega sekscentrum dat de Gemeente voor ogen heeft.

 En last but not least, en wat dichter bij huis komend: in januari van dit jaar trad als een hermetische combinatie van kennis èn openbaring in de persoon van de helderziende, antroposofische geesteswetenschapper, geneesheer en schrijver Are Thoresen uit Noorwegen in het gezondheidscentrum Ita Wegmanhuis bij de Weteringschans op om aldaar  een lezing te geven, en wel onder de titel “The Northern Path of Initiation and the Vidar School of Spiritual Science” (“De Noordelijke Inwijdingsweg en de Widarschool voor geesteswetenschap”, onder welke titel ook zijn boek zal verschijnen). Deze voordracht geïnspireerd door de Godenschemering overlevende figuur Widar uit de Noorse mythologie, die nu als leidende aartsengel de universele missie heeft om het christendom een nieuwe impuls te geven, is op YouTube te zien, waar op verschillende sites Thoresens talrijke voordrachten en workshops rond de wereld op zoomconferenties ook te volgen zijn. De voordracht was georganiseerd door het Willehalm Instituut voor antroposofie als graalonderzoek, koninklijke kunst en sociaalorganica, die als stichting sinds 2005 gehuisvest is op de Kerkstraat, niet ver van de Magere Brug Vanuit die plek wordt nu samen met de spreker en enkele buitenlandse vrienden online nagedacht en overleg gepleegd om te zien in welke vorm en onder welke naam de Widarschool voor geestesweten-schap het best kan worden ondersteund en bevorderd. 

Welnu, inzake Valentin Tomberg heb ik een paar jaar geleden contact met de Gemeente in de Rivierenbuurt opgenomen met de idee om een plaquette ter herinnering aan zijn persoon en werk aan te brengen op de gevel van het huis waar hij met zijn vrouw en zoon in die tijd verbleef en waar hij actief was in het verzet om neergestorte Engelse piloten terug naar hun thuisland te krijgen. Dit liep op niets uit. Moge dit betoog o.m. een welkome aanleiding zijn om dit eerbeton na rijp overleg vooralsnog uit te voeren.


Bijlage


VALENTIN TOMBERG OVER DE

AMSTERDAMSE MARIAVERSCHIJNINGEN

 

Noot vooraf: De oorspronkelijke versie van dit artikel met de titel “Mariaverschijningen” werd op 26 mei als opiniestuk of lezersbrief aangeboden aan de redactie van het Nederlands Dagblad (ND) die het op dubieuze gronden afgewezen heeft, en daarmee weer bewijst dat het motto van deze krant “Christelijk betrokken” helaas niet geldt voor het esoterische christendom waaruit juist de vernieuwende impulsen kunnen komen, zonder welke de ontkerkeling en geloofsachteruitgang alleen maar zullen toenemen

 

In het artikel “Verscheen Maria nu wel of niet?” (ND, 18 mei) werd bericht dat volgens een nieuw document over de geloofsleer van het Vaticaan de Mariaverschijningen, die als ‘Vrouwe van alle Volkeren’ en ‘Medeverlosseres’ tussen 1945 en 1959 aan de Amsterdamse Ida Peerdeman zouden hebben plaatsgevonden, “door gelovigen niet voor echt mogen worden gevonden.” Bovendien mogen lokale bisschoppen niet langer zelfstandig over de echtheid van vermeende bovennatuurlijke verschijnselen oordelen.

De vorige, meer liberale geloofsregels werden aan het begin van het bewind van Paus Johannes Paul II (1978-2005) afgekondigd. Van deze paus is er een foto bekend van een Duits boek dat op zijn bureau lag met de titel, vertaald naar het Nederlands, “Meditaties op de Grote Arcana van de Tarot - Hermetisme en Christendom, een verkenningstocht”, een boek dat hem, naar verluidt, cadeau werd gedaan door een van zijn kardinalen, de Duitse Jezuïet Hans Urs von Balthazar, die ook de zeer lovende inleiding schreef. In dit boek meldt nu de schrijver, Valentin Tomberg (1900-1973), die tussen 1938 en 1944 in ons land woonde en werkte, dat “na een zo gewetensvol mogelijk onderzoek ter plaatse het resultaat daarvan (bevestigd door ervaringen van persoonlijke aard) absolute zekerheid gaf over de authenticiteit van de zieneres en ook over het ‘onderwerp’ van haar ervaringen.” Naar eigen zeggen is de ex-antroposoof Valentin Tomberg, op verzoek van de overleden Rudolf Steiner,[3] met wie hij spiritueel in contact stond,[4] in 1945 lid geworden van de Katholieke Kerk ten einde haar dogma’s te verdiepen, waarvan dit werk en de daaropvolgende volop getuigen.

Gezien het negatieve oordeel van het Vaticaan over de Amsterdamse devotie als deel van de strengere afgekondigde geloofsregels, waarover het bovengenoemde ND artikel terecht becommentarieert dat daarmee “niet alleen de duimschroeven aangedraaid worden; er wordt ook een andere toon aangeslagen”, moet echter helaas geconcludeerd worden dat daarmee de heilige missie van Valentin Tomberg zeker niet gediend is.

 

Robert Jan Kelder (geb. in 1939 te Den Haag) is de oprichter en directeur van het Willehalm Instituut te Amsterdam genoemd naar de 9de eeuwse Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote, beschermheilige van de ridders en stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis, waarover het Willehalm Intituut in 2012 het door hem vertaalde werk “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus”: van Werner Greub uitgegeven heeft. Hij is tevens vertaler en uitgever van de in de brochure aangegeven online “Antroposofische Beschouwingen over het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” van Valentin Tomberg, waarmee hij vanaf 2014 bezig is het Nieuwe Christendom te verkondigen. Zie daarover ook een aantal christosofische essays van Valentin Tomberg, zoals “Christus als Rechter – De mens als religie van de Goden”, “Kennis als mysterium – het verchristelijken van de menselijke kennis”, “Het Mysterie van Golgotha – ‘The filosofie van de vrijheid’ als sleutel tot haar openbaring” en “De mensheid op weg naar Damascus”. Naast het gehele werk van Rudolf Steiner komt het Nieuwe Kennischristendom ook naar voren in het werk van de Duitse filosoof-antroposoof Herbert Witzenmann (1905-1988), zoals zijn in boekvorm en online verschenen “De Deugden – Krachten van het Nieuwe Christendom” en zijn 13-delige Inleiding op Rudolf Steiners boek “Christendom als mystiek feit en de mysteriën van de Oudheid”.

 

“Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, de Heilige Maagd Maria, onze Voorspreekster zijn.”



[1] Uit zijn dagboeknotities van 1933 en 1934 blijkt dat hij in geestelijke communicatie met de overleden Rudolf Steiner stond. Zie Harry Salman:  Valentin Tomberg und das Schicksal der platonischen Strömung in der Anthroposophie”(p. 30).

[2] Zie de bijdrage van Harrie Salman “Die Wirkung von Valentin Tombergs Tätigeit und seinen Schriften in den Niederlanden“ in V. Tomberg e.a Valentin Tomberg/ Leben – Werk – Wirkung, Band III, (Novalis Verlag, Steinberg-kirche/ Neukirchen 2016)  p. 196 (in mijn vertaling: „In de 30ste week van zijn  Onze Vader cursus [Uitg. Achamoth, Taiserdorf, 2009, Deel II] vergeleek Valentin Tomberg Holland en zijn rivierendelta met de Nijldelta in Egypte. Holland zou de taak hebben om polariteiten te verbinden (b.v. kennis en openbaring, vrijheid en autoriteit, traditie en vooruitgang). Amsterdam zou in dit beeld het nieuwe Alexandria zijn. Hier diende de geestelijke traditie van Egypte zich verder te ontwikkelen.” Als voetnoot 2 te lezen in mijn vertaling van zijn driedelig werk “De Grondsteenmediatie van Rudolf Steiner”. Zie ook Harry Salmans boek “Valentin Tomberg – Tussen antroposofie en hermetische filosofie”.

[3] “Eugenia Gurwitsch heeft Valentin Tomberg eens gevraagd: “Waarom bent U katholiek geworden?” En het antwoord dat hij gaf was zeer eenvoudig: ‘Rudolf Steiner wilde dat ik het deed.’ Dit antwoord werd mij zo door iemand weergegeven, aan wie Eugenia Gurwitsch het zelf had meegedeeld. En er bestaan daarvan onafhankelijke bronnen, andere getuigenissen, die boekstaven dat dit daadwerkelijk met Valentin Tombergs eigen opvatting overeenstemde.” Dit is mijn vertaling van wat te lezen is van Charles Lawrie in zijn essay “Valentin Tomberg – Enkele feiten, enkele vragen” uit het Duitse boek; “Valentin Tomberg – Leben, Werk, Wirkung, II” (Novalis Verlag, Schaffhausen 2000; p. 392). 

[4] Deze geestelijke verbinding met Rudolf Steiner blijkt uit Tombergs dagboeknotities van 1933 en 1934. Zie: “Valentin Tomberg und das Schicksal der platonischen Strömung in der Anthroposophie“ van Harrie Salman (Novalis Verlag, 2021, p. 30).

Reacties