Woonde Hermes Trismegistus, herboren als Valentin Tomberg en de Maitreya Bodhisattva van 1939 tot 1944 in Magisch Centrum Amsterdam?
Beschouwing n.a.v. een bespreking “Deze eeuwenoude en verketterde filosofie laat je radicaal anders naar de (westerse) wereld kijken” van Bregje Hofstede in “De Correspondent” van 13 juni 2024 van een boek van hoogleraar Wouter Hanegraaff over de “mythische” wijsgeer Hermes Tresmegistus. De bijlage is betiteld “Valentin Tomberg over de Amsterdamse Maria-verschijningen”. Deze brochure is te koop voor € 5 bij de uitgeverij en online te vinden op de onder aangegeven Willehalm Instituut blog.
© Robert Jan Kelder, 3de verbeterde editie 2024
Uitgeverij Willehalm Instituut
Kerkstraat 386a, 1017 JB Amsterdam
Info: Willehalm@gmail.com; http://WillehalmInstituut.blogspot.nl
Banknummer: R.J. Kelder Uitg. Willehalm NL 28 ABNA 071 1819 37
|
|
Dat de in 1900 in Sint-Petersburg geboren en in 1973 te
Majorca gestorven Valentin Tomberg tussen 1938 en 1944 in ons land heeft
gewoond en gewerkt, eerst een jaar in Rotterdam en daarna vier jaar op de
Berkelstraat in de Rivierenbuurt van Amsterdam is bekend. Vrijwel onbekend echter is dat hij nota bene zichzelf
als de reïncarnatie beschouwde van de legendarische stichter van de
oud-Egyptische beschaving, Hermes Trismegistus.
Dit onthulde hij, volgens een Duitse programmatoelichting van het team
van Achamoth Verlag, de Duitse uitgeverij van zijn antroposofisch werken, ter
gelegenheid van de presentatie van de vertaling door Uitgeverij Nearchus op 1
juli 2016 in Soesterberg van het eerste deel van zijn opus magnum “Meditaties
op de Grote Arcana van de Tarot, Hermetisme en Christendom – een
verkenningstocht”, een boek waarvan de vertaler in het Engels van de
oorspronkelijke in 1972 verschenen Franse versie Robert Powell in zijn boek “The
Wandering Fool” scheef (in mijn vertaling): “Dit boek was voorbestemd om
een spirituele klassieker van de twintigste eeuw te worden. De eminente
geleerde Antoine Faivre noemde het ‘het mooiste en meest leerzame boek van de
twintigste eeuw over de westerse esoterie’. Pater Bede Griffiths zei ‘voor mij
is het het laatste woord in wijsheid’. Trappistenabt Basil Pennington schreef
‘het is zo'n rijke verzameling wijsheid uit zo'n duizelingwekkend aantal
verschillende bronnen dat het de geest bijna doet duizelen.’”
Gericht aan: "Eerbare vrienden en geïnteresseerden
in het antroposofische en hermetische werk van Rudolf Steiner en Valentin
Tomberg” de toelichting van het Achamoth team luidde als volgt: “Zoals u weet,
is het levenswerk van Rudolf Steiner, de antroposofie, een 'wederopstanding van
de Egyptische Mysteriën, zoals Rudolf Steiner zelf herhaaldelijk heeft
gezegd. Wie was nu de grondlegger van deze Egyptische Mysteriën? Het
was Hermes, die het astraallichaam van de grote Zarathoestra erfde en sindsdien
dit astraallichaam bij zich draagt, of met andere woorden, er de voogdij over
heeft gekregen. Deze individualiteit werd bijna elke eeuw geïncarneerd, want
hij is de toekomstige Bodhisattva Maitreya, die op een dag 'het Goede' zal
brengen. - Deze individualiteit leefde ook in Valentin Tomberg, van wie bekend
is dat hij, toen men hem dringend verzocht te antwoorden op de vraag of HIJ de
Bodhisattva was, zei: ‘Vraag me liever wie ik was in de Egyptische tijd!’ Toen
de vraagsteller tot driemaal toe aandrong op de vraag naar de identiteit van de
Bodhisattva, zei Tomberg kalm: ‘Hermes, ik was Hermes ten tijde van de
Egyptische cultuurperiode” Niemand zal immers rechtstreeks van zichzelf zeggen
dat HIJ de Bodhisattva is.’”
Deze programmatoelichting valt ook te lezen in mijn inleiding
“Wie was Valenting Tomberg?” op mijn online vertaling van zijn essay "Christus als Rechter – De mens als religie
van de Goden"
uit zijn door Achamoth Verlag uitgegeven boek "Aufbruch
zur VI. Kulturepoche" (“Opmaat naar de 6de
cultuurperiode”). Met deze verzameling van 7 essays uit de twintiger, dertiger
en veertiger jaren van de vorige eeuw kwalificeert zich de schrijver als een
grote christelijk ingewijde, occultist en witte magiër, en bevestigt hij,
alhoewel weer indirect, zijn incarnatie als Hermes, die bij de Grieken bekend stond
als de boodschapper van de Goden. Want zoals elke aandachtige, met de oudheid
enigszins bekende lezer zal kunnen opmerken, blijkt de auteur volkomen thuis te
zijn binnen het pantheon van de Goden, verslag uitbrengend aan de mensheid over
hun onwankelbare geloof in de mensheid als de komende 10de hiërarchie
van vrijheid en liefde, en de mensheid de hand reikend bij het blootleggen en
opstaan tegen de krachten van het kwaad in de hoop dat dit dankbaar zal worden
aanvaard en uitgevoerd.
In zijn antwoord op wie hij was, ontkent Valentin Tomberg
dus eigenlijk niet dat hij de Maitreya Bodhisattva was, maar alleen dat niemand
dat direct van zichzelf zou mogen zeggen. Daarom wilde hij ook dat het in 1967
al voltooid Frans manuscript van zijn boek pas na zijn dood onder de naam van
“de schrijver van gene zijde van het graf” uitgegeven zou worden, iets wat echter
niet gebeurde, want in 1972 werd al een Duitse vertaling onder zijn naam uitgebracht.
Door dusdanig zijn persoonlijke gegevens achter wege te willen laten, zou “de
onbekende vriend” aan wie de 22 brieven van het boek zijn gericht, zoals hij
schrijft in het Vooroord: “aan eenieder die bereid is de brieven te lezen en
daarmee, vanuit de zekerheid van de innerlijke ervaring die het meditatieve
lezen met zich meebrengt, zal gaan begrijpen wat christelijk hermetisme is en
zal merken dat de schrijver in deze brieven meer over zichzelf zegt dan hij op
enig andere manier had kunnen doen en zal hij uit deze brieven hem beter leren
kennen dan uit welke andere bron ook.”
Als wie geeft zich dan nu de “schrijver van gene zijde” door zijn boek te
kennen? Dat is enerzijds als de in de academische wereld meestal mythische,
i.e. niet-historisch beschouwde Hermes Trismegistus en wel door de absolute, ja
sublieme authenticiteit en zelfverzekerde autonomie waarmee hij het door
hemzelf goddelijke geopenbaarde, voorchristelijke hermetisme aan de hand van de
eveneens op hem terug te voeren Grote Arcana van de Tarot weet te
verchristelijken. Dit stelt uit eigen geesteswetenschappelijk onderzoek ook wijlen
Willy Seiss, de uitgever van de Duitse antroposofische werken van Valentin
Tomberg in zijn Achamoth Verlag. Als men de opvatting kan delen die hij weergeeft
in zijn essay „Wer
war Valentin Tomberg?” in het gelijknamige, door hem uitgegeven boek, dat
de rituelen van de Katholieke Kerk terug gaan op die van de door Hermes
Tresmegistus geïnaugureerde mysteriën van oud-Egypte, dan verbaast het ook niet
dat Valentin Tomberg, op voorspraak van Rudolf Steiner met wie hij spiritueel
in contact stond,[1]
om die reden lid van die Kerk is geworden, zoals te lezen valt in het boek „Valentin
Tomberg – Leben, Werk, Wirkung, Band 1.2“ p. 390), om door middel van het
christelijke hermetisme haar vastgevroren dogma’s te verlevendigen en te verdiepen,
d.w.z. door deze terug te voeren op hun
bron. (Alhoewel dit werk zijn weg tot de hoogste echelon van de Rooms-Katholieke
Kerk vond – het is bekend dat Paus Johannes Paulus II een exemplaar op zijn
bureau in de Vaticaan had liggen, zoals te ontnemen valt in de bijlage van deze
brochure – kan zo’n halve eeuw later, afgelezen aan het restrictieve beleid van
de Katholieke Kerk, helaas niet geconcludeerd worden dat die reddingspoging
gelukt is.)
Anderzijds blijkt ook, alhoewel indirect en tussen de
regels door lezend, uit dit werk dat de schrijver zichzelf identificeert als de
drager van de zich in elke eeuw incarnerende Maitreya Bodhisattva, die volgens
Rudolf Steiner (bv. in “Buddha
and Christ: The Sphere of the Bodhisattvas”) in ongeveer 3000 jaar als de
opvolger van de in de 5de eeuw v. Chr. gestorven Gautama Boeddha als
de Maitreya Boeddha zal verschijnen, de doener van het Goede door het wondermiddel
van de taal.
Dit valt af te leiden uit de 21ste “Brief aan
de onbekende brief” over “De Dwaas, het grote arcanum van de Liefde”, want het
is daar dat de schrijver van gene zijde beschrijft – al is het dus indirect en oorspronkelijk
anoniem – zijn eigen biografie als de in de Antroposofische Vereniging niet
erkende, zelfs door de toenmalige voorzitter in Nederland tegengewerkte en tot
op de dag van vandaag in die Verenging veelal verguisde Maitreya Bodhisattva.
Op hem duidend zei Rudolf Steiner in 1921 dat hij in 1900 was geboren, dat hij
de eigenlijke verkondiger van het verschijnen van Christus in het etherische
zou zijn en dat, als we zo’n 15 jaar zouden leven, we hem nog zouden meemaken. Na
te lezen in voetnoten 2 en 3 van het bericht over het symposium “Valentin
Tomberg and The Bodhisattva Of The 20th Century” in Berlijn 2009. Deze zelfidentificatie
past naadloos op de biografie van de in 1900 geboren Valentin Tomberg die, voortbordurend
op het werk van Rudolf Steiner, in 1933 vanuit Tallinn in Estland zijn “Antroposofische
Beschouwingen over het Oude Testament” uitgaf, van 1935 tot 1938 zijn “Antroposofische Beschouwingen
over het Nieuwe Testament” en “Geesteswetenschappelijke
beschouwingen over de Apocalyps van Johannes” en in 1939 zeven voordrachten
voor de Antroposofische Vereniging in Rotterdam hield over “De
vier offers van Christus en Zijn Wederkomst in de etherische wereld”.
Deze indirecte zelfidentificatie komt naar voren na de
passages over het debacle van de theosofische "Ster van het Oosten"
– die in 1912 Krishnamurti als de grote wereldleraar had aangekondigd, maar
die dat later zelf ontkende. Deze luiden (in mijn vertaling uit de Engelse online PDF-versie)
als volgt:
"Veel terughoudender en zonder een bepaalde
persoonlijk-heid als kandidaat te noemen, voorspelde de oprichter van de
Antroposofische Vereniging, Doctor Rudolf Steiner – nog voor de eerste helft
van de 20ste eeuw – de verschijning niet van de nieuwe Maitreya of de nieuwe
Avatar Kalkin, maar veeleer van de Bodhisattva, d.w.z. de individualiteit die
de toekomstige Boeddha zal worden voor wiens activiteit, zoals hij hoopte, de
Antropo-sofische Vereniging als werkterrein zou dienen. Nieuwe schok! Dit keer
gold de schok niet de fout met betrekking tot de te verwachten persoonlijkheid,
noch tot het tijdpunt van het begin van diens activiteit, maar veeleer de
overschatting van de Antroposofische Vereniging van de kant van haar
oprichter: aldus kwam er niets van terecht.
Hoe dan ook, de idee en verwachting van de aankomst van
de nieuwe Boeddha en de nieuwe Avatar leeft tegenwoordig zowel in de westerse
wereld alsook in het Morgenland. Er is veel verwarring over dit vooral van de
Theosofen uitgaande idee [zoals ook bij wijlen Benjamin Creme], maar er zijn
ook geesten die daarin helder zien. Rudolf Steiner bij voorbeeld zag
daarin zeer duidelijk; van al datgene wat men publiekelijk gezegd en geschreven
heeft is het meest doeltreffend wat door Rudolf Steiner werd gezegd. Hij was
tenminste op het goede spoor. Wanneer we nu hetzelfde spoor volgen – dat aan
het hoogtepunt van de versmelting van spiritualiteit en intellectualiteit
grenst – komen we tot de volgende opvatting: Daar het om het werk van de
versmelting van openbaring en kennis gaat, van spiritualiteit en
intellectualiteit, gaat het vooral om de versmelting van het principe van de
Avatar met de Boeddha. M.a.w. de door de Hindoes verwachte Kali-Avatar en de
door de Boeddhisten verwachte Maitreya-Boeddha zullen zich in een enkele
persoonlijkheid manifesteren. Maitreya-Boeddha en Kalki-Avatar zullen op het
historische plan één en hetzelfde zijn.
Dat wil zeggen dat de te verwachten Avatar ‘met het
reusachtige lichaam en de paardenkop’ en de Boeddha ‘die het Goede zal
brengen’, allemaal een en dezelfde persoonlijkheid zullen zijn. En deze
persoonlijkheid zal voor de volledige vereniging van het meest verheven
humanisme – het principe van de Boeddha’s - en de hoogste openbaring – het
principe van de Avatars – dermate veel beteken dat zowel de geestelijke wereld
alsook de menselijke wereld en in overeenstemming met hen zal spreken en
handelen. Met andere woorden: de Boeddha-Avatar van de toekomst zal niet alleen
van het Goede spreken, maar hij zal het Goede uitspreken; hij zal niet alleen
de weg van het heil leren, hij zal op deze weg voortschrijden; hij zal niet
alleen de diepe betekenis van de openbaring verklaren, hij zal niet
alleen de mensen tot echte getuigen van deze wereld maken, maar zal de mensen
zelf tot stralende ervaring van de openbaring doen bereiken, dermate dat niet
hij het zal zijn die gezag zal winnen, maar veeleer Degene ‘die het Licht van
de wereld is dat alle mensen verlichten die in deze wereld komen’ – Jezus
Christus, het vlees geworden Woord die de weg, de waarheid en het leven is. De
Missie van de komende Boeddha – Avatar zal dus niet de stichting van een nieuwe
religie zijn, maar de mensen tot de directe ervaring van de bron zelf van alle
openbaring laten komen die ooit van boven door de mensheid werd ontvangen,
evenzo als tot die wezenlijke waarheid die ooit daardoor begrepen werd. Niet
naar nieuwigheid zal hij wijzen, maar naar de bewust zekerheid van de eeuwige
waarheid.”
Heeft dus de herboren Hermes Trismegistos als de Maitreya
Bodhisattva van de 20ste eeuw, komend als vluchteling uit Estland,
waar hij secretaris-generaal was van de Antroposofische Vereniging, in 1938 in
Rotterdam en daarna van 1939 tot 1944 op de Berkelstraat in de Rivierenbuurt
van het magisch centrum Amsterdam gewoond, in onze hoofdstad van een deltaland,
die hij als Nieuw-Alexandrië vergeleek met het deltaland en zijn hoofdstad van
het oude Egypte, en waar hij de loop van de in de Noordzee uitmondende Rijn
vergeleek met de loop van de in de Middellandse zee uitmondende Nijl? Heeft hij
gelijk dat in de Lage Landen de oud-Egyptische beschaving in een nieuwe vorm weer
zou opbloeien en als taak zou hebben om, juist in
deze tijd van groeiende polarisatie, polariteiten te verbinden, b.v. kennis en
openbaring, vrijheid en autoriteit, traditie en vooruitgang?[2] Zou
dit de achtergrond kunnen zijn om ons tegenover het buitenland, in ieder geval
tot voor kort, als gidsland voor te willen
doen, iets wat echter alleen vol te houden is door een hermetisch beleid van
“actieve neutraliteit”, d.w.z. door als bemiddelaar op te treden tussen de
polariteiten van Oost en West. En passen bovendien zulke instellingen als de “Ambassade
van de Vrije Geest” met haar unieke, wereldberoemde “Bibliotheca Philosophica
Hermetica” in het “Huis met de Hoofden” aan de Keizersgracht in Amsterdam
verbonden met het “Instituut voor Hermetica en esoterische bewegingen” aan de
Universiteit niet precies in dit beeld?
Dit alleen is echter nog niet voldoende om zomaar
magisch centrum Amsterdam tot de hermetische hoofdstad van de wereld uit te
roepen; daartoe behoort immers naast het filosofische kenniselement de
christelijke openbaring. Dit zien we in de Mariaverschijningen die op
verschillende plaatsen tussen 1945 en
1957 jaren in Amsterdam aan de zieners Ida Peerdeman zijn verschenen en die
door Valentin Tomberg na een bezoek aan Amsterdam, in tegenstelling tot wat
onlangs het Vaticaan heeft afgekondigd, als volkomen authentiek en dus geloofwaardig
zijn beoordeeld, iets wat overigens een opsteker zou kunnen zijn voor Mathé Reijnierse, oprichter van de Stichting Lourdes aan
de Amstel, die ter verering van de heilige maagd Maria, de moeder van Jezus,
die door Valentin Tomberg in hermetische zin Maria-Sophia wordt genoemd, in het
braakliggend terrein bij de RAI een megakerk als bedevaartsoord willen bouwen
in plaats van het mega sekscentrum dat de Gemeente voor ogen heeft.
En last but not least, en wat dichter bij huis komend: in januari van dit jaar trad als een hermetische combinatie van kennis èn openbaring in de persoon van de helderziende, antroposofische geesteswetenschapper, geneesheer en schrijver Are Thoresen uit Noorwegen in het gezondheidscentrum Ita Wegmanhuis bij de Weteringschans op om aldaar een lezing te geven, en wel onder de titel “The Northern Path of Initiation and the Vidar School of Spiritual Science” (“De Noordelijke Inwijdingsweg en de Widarschool voor geesteswetenschap”, onder welke titel ook zijn boek zal verschijnen). Deze voordracht geïnspireerd door de Godenschemering overlevende figuur Widar uit de Noorse mythologie, die nu als leidende aartsengel de universele missie heeft om het christendom een nieuwe impuls te geven, is op YouTube te zien, waar op verschillende sites Thoresens talrijke voordrachten en workshops rond de wereld op zoomconferenties ook te volgen zijn. De voordracht was georganiseerd door het Willehalm Instituut voor antroposofie als graalonderzoek, koninklijke kunst en sociaalorganica, die als stichting sinds 2005 gehuisvest is op de Kerkstraat, niet ver van de Magere Brug Vanuit die plek wordt nu samen met de spreker en enkele buitenlandse vrienden online nagedacht en overleg gepleegd om te zien in welke vorm en onder welke naam de Widarschool voor geestesweten-schap het best kan worden ondersteund en bevorderd.
Welnu, inzake Valentin Tomberg heb ik een paar jaar geleden contact met de Gemeente in de Rivierenbuurt opgenomen met de idee om een plaquette ter herinnering aan zijn persoon en werk aan te brengen op de gevel van het huis waar hij met zijn vrouw en zoon in die tijd verbleef en waar hij actief was in het verzet om neergestorte Engelse piloten terug naar hun thuisland te krijgen. Dit liep op niets uit. Moge dit betoog o.m. een welkome aanleiding zijn om dit eerbeton na rijp overleg vooralsnog uit te voeren.
Bijlage
VALENTIN TOMBERG
OVER DE
AMSTERDAMSE MARIAVERSCHIJNINGEN
Noot vooraf: De
oorspronkelijke versie van dit artikel met de titel “Mariaverschijningen” werd
op 26 mei als opiniestuk of lezersbrief aangeboden aan de redactie van het
Nederlands Dagblad (ND) die het op dubieuze gronden afgewezen heeft, en daarmee
weer bewijst dat het motto van deze krant “Christelijk betrokken” helaas niet
geldt voor het esoterische christendom waaruit juist de vernieuwende impulsen
kunnen komen, zonder welke de ontkerkeling en geloofsachteruitgang alleen maar
zullen toenemen
In het artikel “Verscheen Maria nu wel of niet?” (ND, 18
mei) werd bericht dat volgens een nieuw document over de geloofsleer van het
Vaticaan de Mariaverschijningen, die als ‘Vrouwe van alle Volkeren’ en ‘Medeverlosseres’
tussen 1945 en 1959 aan de Amsterdamse Ida Peerdeman zouden hebben
plaatsgevonden, “door gelovigen niet voor echt mogen worden gevonden.”
Bovendien mogen lokale bisschoppen niet langer zelfstandig over de echtheid van
vermeende bovennatuurlijke verschijnselen oordelen.
De vorige, meer liberale geloofsregels werden aan het
begin van het bewind van Paus Johannes Paul II (1978-2005) afgekondigd. Van
deze paus is er een foto bekend van een Duits boek dat op zijn bureau lag met
de titel, vertaald naar het Nederlands, “Meditaties op de Grote Arcana van de
Tarot - Hermetisme en Christendom, een verkenningstocht”, een boek dat hem,
naar verluidt, cadeau werd gedaan door een van zijn kardinalen, de Duitse
Jezuïet Hans Urs von Balthazar, die ook de zeer lovende inleiding schreef. In
dit boek meldt nu de schrijver, Valentin Tomberg (1900-1973), die tussen 1938
en 1944 in ons land woonde en werkte, dat “na een zo gewetensvol mogelijk
onderzoek ter plaatse het resultaat daarvan (bevestigd door ervaringen van
persoonlijke aard) absolute zekerheid gaf over de authenticiteit van de
zieneres en ook over het ‘onderwerp’ van haar ervaringen.” Naar eigen zeggen is
de ex-antroposoof Valentin Tomberg, op verzoek van de overleden Rudolf Steiner,[3] met wie
hij spiritueel in contact stond,[4] in 1945
lid geworden van de Katholieke Kerk ten einde haar dogma’s te verdiepen,
waarvan dit werk en de daaropvolgende volop getuigen.
Gezien het negatieve oordeel van het Vaticaan over de
Amsterdamse devotie als deel van de strengere afgekondigde geloofsregels,
waarover het bovengenoemde ND artikel terecht becommentarieert dat daarmee
“niet alleen de duimschroeven aangedraaid worden; er wordt ook een andere toon
aangeslagen”, moet echter helaas geconcludeerd worden dat daarmee de heilige
missie van Valentin Tomberg zeker niet gediend is.
Robert Jan Kelder (geb. in 1939 te Den Haag) is de oprichter en directeur van het Willehalm Instituut te Amsterdam genoemd naar de 9de eeuwse Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote, beschermheilige van de ridders en stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis, waarover het Willehalm Intituut in 2012 het door hem vertaalde werk “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus”: van Werner Greub uitgegeven heeft. Hij is tevens vertaler en uitgever van de in de brochure aangegeven online “Antroposofische Beschouwingen over het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” van Valentin Tomberg, waarmee hij vanaf 2014 bezig is het Nieuwe Christendom te verkondigen. Zie daarover ook een aantal christosofische essays van Valentin Tomberg, zoals “Christus als Rechter – De mens als religie van de Goden”, “Kennis als mysterium – het verchristelijken van de menselijke kennis”, “Het Mysterie van Golgotha – ‘The filosofie van de vrijheid’ als sleutel tot haar openbaring” en “De mensheid op weg naar Damascus”. Naast het gehele werk van Rudolf Steiner komt het Nieuwe Kennischristendom ook naar voren in het werk van de Duitse filosoof-antroposoof Herbert Witzenmann (1905-1988), zoals zijn in boekvorm en online verschenen “De Deugden – Krachten van het Nieuwe Christendom” en zijn 13-delige Inleiding op Rudolf Steiners boek “Christendom als mystiek feit en de mysteriën van de Oudheid”.
“Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú uw Geest
over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren,
opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de
Vrouwe van alle Volkeren, de Heilige Maagd Maria, onze Voorspreekster zijn.”
[1] Uit zijn dagboeknotities van 1933 en 1934 blijkt dat hij in
geestelijke communicatie met de overleden Rudolf Steiner stond. Zie Harry Salman: “Valentin
Tomberg und das Schicksal der platonischen Strömung in der Anthroposophie”(p.
30).
[2] Zie de bijdrage van Harrie Salman “Die Wirkung von Valentin Tombergs
Tätigeit und seinen Schriften in den Niederlanden“ in V. Tomberg e.a Valentin
Tomberg/ Leben – Werk – Wirkung, Band III, (Novalis Verlag, Steinberg-kirche/
Neukirchen 2016) p. 196 (in mijn
vertaling: „In de 30ste week van zijn
Onze Vader cursus [Uitg. Achamoth, Taiserdorf, 2009, Deel II] vergeleek
Valentin Tomberg Holland en zijn rivierendelta met de Nijldelta in Egypte.
Holland zou de taak hebben om polariteiten te verbinden (b.v. kennis en
openbaring, vrijheid en autoriteit, traditie en vooruitgang). Amsterdam zou in
dit beeld het nieuwe Alexandria zijn. Hier diende de geestelijke traditie van
Egypte zich verder te ontwikkelen.” Als voetnoot 2 te lezen in mijn vertaling
van zijn driedelig werk “De
Grondsteenmediatie van Rudolf Steiner”. Zie ook Harry Salmans boek “Valentin
Tomberg – Tussen antroposofie en hermetische filosofie”.
[3] “Eugenia Gurwitsch heeft Valentin Tomberg eens gevraagd: “Waarom bent U
katholiek geworden?” En het antwoord dat hij gaf was zeer eenvoudig: ‘Rudolf
Steiner wilde dat ik het deed.’ Dit antwoord werd mij zo door iemand
weergegeven, aan wie Eugenia Gurwitsch het zelf had meegedeeld. En er bestaan
daarvan onafhankelijke bronnen, andere getuigenissen, die boekstaven dat dit
daadwerkelijk met Valentin Tombergs eigen opvatting overeenstemde.” Dit is mijn
vertaling van wat te lezen is van Charles Lawrie in zijn essay “Valentin
Tomberg – Enkele feiten, enkele vragen” uit het Duitse boek; “Valentin Tomberg
– Leben, Werk, Wirkung, II” (Novalis Verlag, Schaffhausen 2000; p. 392).
[4] Deze geestelijke verbinding met Rudolf Steiner blijkt uit Tombergs
dagboeknotities van 1933 en 1934. Zie: “Valentin
Tomberg und das Schicksal der platonischen Strömung in der Anthroposophie“
van Harrie Salman (Novalis Verlag, 2021, p. 30).

Reacties
Een reactie posten